<< HOME


.Short story no. 208 (nov 2007)

.Exhibition (sep 2007)

.Short story no. 207 (aug 2007)

.Happening (jun 2007)

.Drawings (may 2007)

.Story for publication 'Belief'
(link to Kirsten Leenaars to order a free copy)


Extra in Dutch:
.Statement voor themamiddag (sep '07)
.Motivatie bij inzending van werk voor Hermine van Bersprijs (jul '07)



 

Toelichting bij mijn werk


A Room with a Lesbian View
In 2004 maakte ik 93 tekeningen en schilderingen van de Hooglandse Kerk in Leiden, het uitzicht vanuit mijn woning in Leiden. Op elk werk vermeldde ik datum en tijd. En elk werk gaf ik de titel ‘A Room with a Lesbian View.’

Dit was onderdeel van mijn eindexamen aan het Piet Zwart Institute te Rotterdam. Ik reisde elke dag op en neer naar mijn atelier in Rotterdam voor de bezoeken van kunstenaars, de lezingen en de computers, maar het maken van mijn werk deed ik thuis, in Leiden. Dan stond ik voor mijn raam en keek ik over de stad naar de Hooglandse Kerk. Na een aantal weken kon ik de kerk uit mijn hoofd tekenen, maar toch bleef het ter hand nemen van een potlood of penseel onlosmakelijk verbonden met het naar buiten kijken.

Het tekenen en schilderen bleek een strijd met mijn eigen criteria voor “goede” kunst en mijn eigen smaak. Soms was ik tevreden met een werk. Soms probeerde ik opzettelijk tekeningen of schilderingen “lelijk” te maken. In de twee tentoonstellingen in Rotterdam (zie documentatie) hing ik alle tekeningen en schilderingen op die ik van de kerk had gemaakt.

Tijdens het schilderen en tekenen ontdekte ik steeds opnieuw dat een “universeel” idee van schoonheid net zo geconstrueerd was als mijn eigen smaak. Er ontstond voor mij een parallel tussen de constructie van smaak door de herhaling van criteria voor “goede” kunst (zoals Marcel Duchamp dat verwoordde) en de constructie van een (seksuele) identiteit door de herhaling van het benoemen of “uitvoeren” van deze identiteit (‘gender performativity’, Judith Butler, 1990).

Na het maken en tentoonstellen van ‘A Room with a Lesbian View’ vroeg iemand mij of ik juist het verlangen had om onderdeel te zijn van een “blanke, heteroseksuele, mannelijke” kunsttraditie, omdat ik me bezighield met de grenzen van kunst en hoe criteria voor kunst worden bepaald. Het maken van ‘A Room with a Lesbian View’ hielp mij niet van mijn verlangen af, maar ik vond wel een manier om uitspraken te doen over de constructie van identiteit en gender. Mijn tekeningen zijn niet lesbisch, noch de Hooglandse Kerk. Toch kon ik door het lesbisch te labelen, de toeschouwer wijzen op de onmogelijkheid van een “neutrale” positie of “universele” manier van kijken.


If I was still a painter, I would be painting short stories
Voor mijn —meest recente— werk in het project ‘No Entertainment at All!’ van Francesco Ventrella heb ik wederom tekeningen gemaakt van de Hooglandse Kerk. Francesco koos voor mij een gay café in de studentenwijk in Rome. De cafébezoekers dienden, zoals zij op de eerste tekening lazen, zestien tekeningen door te geven aan hun buurman. Als iemand niet mee wilde doen, kon zij/hij de eerste doorgeven en de volgende weigeren.

Het verhaal op de tekeningen gaat over het werk ‘A Room with a Lesbian View’ en over het maken van kunst. Het verhaal is fictie. Om dit verhaal te vertellen moest ik de handeling van het schilderen, in dit geval tekenen, opnieuw beleven. Op de laatste tekening nodig ik de Romeinse toeschouwer uit in Leiden opdat ik haar/hem een “echt” goed verhaal kan vertellen over de Hooglandse Kerk.


Positionering

Ik woon sinds 1996 in Leiden. Tijdens mijn studies was ik vrijwilliger bij studieverenigingen en het COC Leiden. Op het Piet Zwart Institute organiseerde ik samen met een medestudent het ‘trans / gender symposium’ in Rotterdam en verzorgden wij de hoofdredactie van het ‘trans / gender magazine.’

Op dit moment ben ik lid van de werkgroep Rozelinks, werkgroep seksuele diversiteit van Groenlinks. Ik coördineer een discussie over feministische kunst in aanloop van het European Feminist Forum (juni 2008) en ik organiseerde daarvoor onlangs samen met anderen een workshop in Rome. Samen met Marjolijn Kok bereid ik een sessie voor voor het Archeologie en Theorie symposium van de Faculteit Archeologie in Leiden in januari 2008 waarin we de productie van kennis van beide vakgebieden vergelijken vanuit een “queer” theoretisch perspectief.

Naast mijn onvermogen om kunst en dagelijks leven (werk en hobby) te scheiden, zie ik dat mijn terrein zich verbreedt. In het huidige kunstklimaat zette ook ik plannen op papier hoe kunst ingezet kan worden in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld als diversiteitmanagement, waarbij kunst, feminisme en commercie hand in hand zouden kunnen gaan. Deze gedachte komt voort uit de zorg voor inkomen, maar ook uit de vraag naar de functie van kunst in maatschappij, zoals deze in Nederland om de haverklap wordt gesteld. Het lijdt geen twijfel dat kunst elke vorm kan aannemen, en kan infiltreren in elk gewenst vakgebied, maar ten behoeve van welk doel?

Met mijn kunst infiltreer ik niet in een ander vakgebied. Ik wil verhalen vertellen over emancipatie van vrouwen, mannen, homo’s, lesbo’s, queers, transgenders etc èn over kunst. Mijn reflectie op heersende structuren in kunsttheorie en –kritiek blijft producten opleveren die ergens in het landschap van kunstenaars, kunstwerken en toeschouwers passen. In een tijd waarin we de werkelijkheid vatten door media (televisie, internet en kranten) lijkt fictie ook de meest effectieve vorm voor mijn verlangen naar subversie van stereotype ideeën en de “dominante fictie” (‘dominant fiction’, Kaja Silverman, 1992).

Emancipatie kun je niet aan iemand opleggen, niet met kunst, politiek of geld. Maar wat is kunst zonder politieke utopieën? In plaats van mezelf af te vragen of ik vrouwelijke mannelijke zwarte blanke homoseksuele heteroseksuele kunst maak, wil ik dat mijn kunst verhalen tussen toeschouwers initieert, gesprekken, kritiek, roddel! Niet internationaal. Of globaal. Maar lokaal. Daar waar mijn werk wordt gezien. Dat noem ik de kennis die mijn kunst produceert.


Suzanne van Rossenberg, juli 2007