|

<< HOME
.European
Feminist Forum
.Diversiteit en de Wmo
.Fragmentation of perception
/ perception of fragmentation
.Queer
art is about creating the possibility to say no to the dominant
hetero-normative economic and political structures of art. Or yes. But
to at least write a story about it that replaces an older one.
.Patricia
Cornflake
.Zonder
titel of een verhaal over feministische kunst
|
|
Seksuele
diversiteit en de Wmo
Waar spreken we over als we het hebben over seksuele diversiteit? Lesbische
vrouwen, homoseksuele mannen, transgenders, transseksuelen, biseksuelen.
HoLeBi is een term die wordt gebruikt (HomoseksueelLesbischBiseksueel)
of LHBT (LesbischHomoseksueelBiseksueelTrans). De term seksuele diversiteit
geeft aan dat er eigenlijk veel meer dan bovengenoemde mogelijkheden zijn
om je seksualiteit, je relaties en je identiteit vorm te geven.

Over homoseksuele en lesbische gevoelens in Nederland kan er gezegd worden
dat 18% van de vrouwen zich aangetrokken voelt tot seksegenoten, en 13%
van de mannen. Daar staat tegenover dat 7% van de mannen zich homo- of
bi-seksueel noemt, en van de vrouwen 6%.
Minister Plasterk sprak in zijn nota lesbisch- en homo-emancipatiebeleid
2008-2011, getiteld: Gewoon homo zijn, 15 keer van de politiek correcte
term seksuele gerichtheid en 30 keer van seksuele geaardheid, een verouderde
term die een onderscheid suggereert tussen het zijn/voelen (de
geaardheid) en het doen. Afgezien daarvan, deelt RozeLinks voor
het grootste gedeelte de analyse van de minister en is positief over het
proces van totstandkoming van de nota.

Seksuele diversiteit is onzichtbaar in de zin dat je aan de buitenkant
van iemand niet haar/zijn seksuele ‘gerichtheid’ kunt zien.
Wordt het wel bij de naam genoemd, dan krijgt het de connotatie “anders”
dan “normaal”, en hebben seksueel diversen te maken met emancipatie,
acceptatie en discriminatie. Een aantal cijfers: 90% à 95% van
de Nederlanders zegt homoseksualiteit als bestaanswijze te accepteren.
Daar staat tegenover dat 42% van de bevolking er aanstoot aangeeft als
twee mannen op straat kussen, en 31% wanneer dat om twee vrouwen gaat.
Vergelijk dat met de 8% als het om een man en een vrouw gaat. Ook komt
er verbaal en fysiek geweld tegen homo’s, lesbo’s, transseksuelen
en transgenders voor.
Voor het maken van beleid dat seksuele diverse mensen insluit (en niet
buitensluit), is het belangrijk om te beseffen dat de in meer of mindere
mate kwetsbare groepen (jongeren, ouderen, gehandicapten en chronisch
zieken) over het algemeen leven in een heteroseksuele —ook wel genoemd:
heteronormatieve— omgeving en daardoor extra onherkenbaar en onzichtbaar
zijn.
Als bijvoorbeeld oudere homoseksuele mannen en lesbische vrouwen het grootste
gedeelte van hun leven als hetero hebben doorgebracht (aangezien als je
het zelf niet benoemd, je als “gewoon” hetero benaderd wordt)
wil niet zeggen dat zij niet werden/worden belemmerd in hun maatschappelijke
participatie.
Wat betekent het voor de Wmo?
Afhankelijk van de indeling die jouw gemeente hanteert, is seksuele diversiteit
in principe in de eerste zeven prestatievelden van belang. De handreiking
Wmo en seksuele diversiteit van Movisie geeft een overzicht van de belangrijke
knelpunten, tips en voorbeelden van oplossingen met betrekking tot deze
doelgroep. Deze is te downloaden of aan te vragen via de website van Movisie.
Er zijn drie algemene aandachtspunten:
1. het betrekken van seksueel diverse burgers bij het opstellen van het
Wmo-beleidsplan
2. het creëren van een respectvolle en sociaal ondersteunende omgeving
3. het vormgeven aan ondersteuning van seksueel diverse burgers die niet
op eigen kracht verder kunnen
In het verbeteren van de positie van seksueel diverse mannen, vrouwen,
ouderen, jongeren, gehandicapten en chronisch zieken, kun je beginnen
met:
- het in kaart brengen van (problematiek rondom) seksuele diversiteit
in je eigen gemeente door middel van het opnemen van vragen in lokale
monitors
- het contact zoeken met de roze belangenorganisaties in je gemeente (of
in de dichtstbijzijnde gemeente) en hen ondersteunen in hun professionalisering
Dit zijn al eventuele knelpunten. Hopelijk kunnen we op een later moment
concreet ingaan op het hoe en wat van seksuele diversiteit in jouw gemeente.
Tenslotte, ik denk dat in het creëren van veilige en sociale leefomgevingen
van homo’s, lesbo’s, trans- en biseksuelen, juist Wmo-beleid
laat zien hoe het ‘zijn’ en ‘doen’ van seksueel
divers onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Bron cijfers: Movisie
Suzanne van Rossenberg ©2008
|