<< HOME

Graduation Show -
A Room with a Lesbian View (2004)
.Exhibition
.Short story no. 18
.Thesis

10 or 11 short stories
.In
'Looking, Encoutering, Staging'

(ed. A. Bangma, 2005)
>> Link to Piet Zwart Institute for information

Episode 1- a retrospective of early 21st century art (2004) in collaboration with Maurice Bogaert
.Exhibition
.Zaaltekst

.Short story no. 199
.Guest performance by S.T.O.P

A Room with a Lesbian View - listed (2004-2006)
.Performative lectures

Zaaltekst





In de loop van de 20ste eeuw kiezen kunstenaars in hun verlangen kunstwerken optimaal tot hun recht te laten komen in toenemende mate voor een versoberde tentoonstellingsruimte. Deze doorgaans rechthoekige ruimte met weinig of geen ramen en witgeverfde muren, wordt aangeduid als de ‘White Cube’, analoog aan de zogenaamde ‘Black Box’ die in dezelfde tijd het theater domineert. Het idee achter de White Cube is dat het hier om een eerlijke, neutrale ruimte zou gaan die zich noch opdringt aan noch de aandacht afleidt van het werk dat er in getoond wordt. Dit retrospectief is gesitueerd in een dergelijke setting om de toeschouwer een authentieke 20ste eeuwse kunstervaring te geven.


Maurice Bogaert - ‘The Artist As A White Male, Part 1’

‘The Artist As A White Male, part 1’ (2003) is het eerste werk uit een serie waaraan Maurice Bogaert, met enige tussenpozen, tot 2037 aan zal werken. Na ‘Part 1’ volgen ‘Part 2’, ‘Part 3’, ‘Part 4’, waarna hij tenslotte, in 2037, de in deze afzonderlijke werken verkende motieven samenbrengt in het indringende ‘The Apocalyps’.
Voor zijn werk ‘The Artist As A White Male, Part 1’ reduceert Bogaert de iconografie van foto’s van beroemde kunstenaars in hun atelier tot enkele zwarte lijnen op een wit vlak. Zijn tekeningen geven inzicht in het stereotypisch beeld van de kunstenaar als blanke heteroseksuele man, dat aan het einde van de 20ste eeuw nog immer bepalend was. Door zichzelf in de rol van de kunstenaar te plaatsen transformeert hij de tekening tot performance. De verdubbeling van zijn eigen identiteit brengt de grens tussen werkelijkheid en fictie aan het schuiven.

Voor ‘The Artist As A White Male Part 1’ vergrootte en kopieerde Bogaert zijn originele tekeningen en presenteerde deze in 2003 in een oplage van 1000. Hij verwijst hier naar de discussie rondom het kunstwerk als origineel. Bogaert levert kritiek op zijn collega-kunstenaars die (hoewel het postmodernistisch gedachtegoed geïncorporeerd hebbende) nog altijd de authenticiteit van het kunstwerk koesterden.


Suzanne van Rossenberg - ‘A Room With A Lesbian View’

Suzanne van Rossenbergs ‘A Room With A Lesbian View’ (2004) wordt over het algemeen beschouwd als een geslaagde transformatie van haar voorliefde voor simpele, meditatieve handelingen tot een kritisch feministisch engagement. Het repetitieve element van het werk brengt een parallel tot stand tussen Judith Butler’s ‘gender performativity’ uit de jaren 90 van de vorige eeuw en het kunsthistorische discours dat Smaak als het resultaat van het herhalen van kunstcriteria definieert; een discours dat Van Rossenberg gedurende haar carrière steevast mannelijk, blank en heteroseksueel noemt.

Met een serie ‘Impressionistische’ tekeningen en aquarellen van de Hooglandse Kerk in Leiden (die zij maakte vanuit haar kamer waar zij toentertijd woonde) en met een duidelijke verwijzing naar Virginia Woolfs ‘A Room Of One’s Own’ (1929), probeert Van Rossenberg een ‘historische’ plek in te nemen. Van Rossenberg doet dit op een moment dat het Postmodernisme in 2004 al een halve eeuw a-historisch en a-lineair wordt gekenmerkt.
Het is natuurlijk de dynamiek van deze paradox die de generatie kunstenaars begin 21ste eeuw zo fascinerend maakt. Zij deden ons allen even vermoeden dat vernieuwing inderdaad nog mogelijk was. Bogaert hield ervan om te zeggen dat het Modernisme nog moest beginnen.

Het is opvallend dat de tekeningen en aquarellen die ‘A Room With A Lesbian View’ vormen niet of nauwelijks af lijken te zijn. Men zou kunnen zeggen dat in de originele presentatie van de 93 werken in juli 2004, het verschil tussen ‘goede’ en ‘slechte’ werken wegviel. Het is alsof Van Rossenberg de toeschouwer toestond haar/zijn Smaakoordeel te vormen, en plezier te beleven aan het kiezen van de ‘mooiste’ of de ‘lelijkste’, hetgeen dat zijzelf juist weigerde om te doen.
Over de ‘performance’ van het tekenen en schilderen schrijft zijzelf in 2004:

“There is a challenge in making deliberate mistakes, transgressing one’s own rules, and tackling one’s own taste, realizing that ‘my own’ taste is as much constructed as a ‘universal’ ideal of beauty. I am finding out that my desire to draw not only consists of the desire to write new stories (drawing, painting or writing) that will replace older stories, but it is also the desire to transform my own subjectivity.”

In de winter van 2062 is er een aanzienlijk deel van het werk van deze generatie kunstenaars teruggevonden in de kelder van het gebouw dat tot 2049 als huisvesting diende voor het Nederlands Avant-gardisme Instituut in Den Haag. Bogaerts ‘The Artist As A White Male, part 1’ naast Van Rossenbergs ‘A Room With A Lesbian View’ geeft de toeschouwer een extradimensionale blik op de geschiedenis en het gedachtegoed van deze kunstenaars.


Maurice Bogaert en Suzanne van Rossenberg ©2004